|
De
Veluwe is een overwegend beboste landstreek in
de Nederlandse provincie Gelderland en een
voormalig kwartier van het hertogdom Gelre. Het
gebied wordt ruwweg begrensd door de plaatsen
(met de klok mee, startpunt in het noorden):
Hattem - Apeldoorn - Dieren - Arnhem -
Wageningen - Ede - Harderwijk.
Natuurgebied
De Veluwe is het grootste laaglandnatuurterrein
van noordwest Europa, en meet omstreeks 100.000
hectare (1000 km2). Grote delen van de Veluwe
bestaan uit stuwwallen uit de Saale-ijstijd. Ten
noorden van Rheden, in het Nationaal Park
Veluwezoom ligt bij het Rozendaalsche veld het
hoogste punt van de Veluwe op 110 meter hoogte.
Dit is gelijk de hoogste stuwwal van Nederland
en het hoogste punt van Nederland buiten
Zuid-Limburg. In het noorden liggen onder andere
het stuifzandgebied Leuvenhorst en het
Leuvenumse Bos.
Vanaf de Veluwe lopen verschillende beken naar
de rand van het gebied. Sommige van deze beken
zijn gegraven (sprengen), andere zijn
natuurlijk. Voorbeelden van deze beken zijn: De
Hierdense Beek, de Leuvenumse Beek, de Soerense
Beek, de Beekhuizer Beek, en de Tongerense Beek.
De beken bevatten dikwijls schoon water, al is
de kwaliteit wel achteruit gegaan. Op veel
plekken langs deze beken is er een voor
Nederlandse begrippen bijzondere flora en fauna
te vinden; de elrits komt hier nog voor.
De natuur op de Veluwe bestaat uit diverse
beheerseenheden, waarvan de Koninklijke
Houtvesterij Het Loo (9700 hectare) de grootste
is. Veel bos op de Veluwe is in de periode
1895-1920 aangelegd om stuifzand vast te leggen.
Rond 1850 was een derde van de Veluwe bedekt met
stuifzand, nu omstreeks een procent. Vooral de
grove den bleek geschikt om stuifzand vast te
leggen. In de periode 1895-1932 werden grote
delen van de Veluwe ingerasterd, in bijna alle
gevallen omdat de eigenaren wilden jagen. De
wildstand op de Veluwe was zeer laag. Dus
moesten er dieren worden geïmporteerd en
uitgezet in stukken Veluwe met hekken eromheen.

Het wild zwijn bijvoorbeeld werd
geherïntroduceerd op de Veluwe door Prins
Hendrik, de man van Koningin Wilhelmina.
Edelherten waren er nog wel, maar de resterende
populaties werden uitgebreid met import. Op zijn
jachttterrein De Hoge Veluwe liet de Rotterdamse
handelsman Anton Kröller herten uit Oost Europa
uitzetten nadat hij de resterende autochtone
Veluwse herten had laten afschieten. Kroller
liet ter verhoging van zijn jachtgenot ook
moeflons komen, wilde schapen uit het
Middellandse Zeegebied, en kangoeroes uit
Australië. Ook de raaf is met succes
geherintroduceerd op de Veluwe. Er leven
inmiddels tientallen exemplaren die ook
uitzwermen naar omringende gebieden.
De Provincie Gelderland heeft 35 miljoen Euro
uitgetrokken voor het plan Veluwe 2010. Veluwe
2010 is een grootschalig
natuurontwikkelingsprogramma. Het is de
bedoeling om enkele ecologische poorten te
realiseren. Deze gebieden liggen vooral aan de
rand van de Veluwe en vormen een uitbreiding van
de huidige natuur. Hierdoor raken geïsoleerde
populaties met elkaar verbonden waardoor de
genetische diversiteit en daarmee de
overlevingskansen vergroot worden. Een voorbeeld
van Veluwe 2010 is het project Renkums Beekdal.
Ook worden er verbindingen buiten de Veluwe
gezocht: er zijn plannen voor ecologische
verbindingszones richting de Oostvaardersplassen
en richting Duitsland. Omdat het edelhert op de
Veluwe, in Duitsland en in de
Oostvaardersplassen een verschillende genetische
herkomst heeft, hoopt men zo op een eenwording
van de soort. In september 2006 is de Landelijke
Vereniging van Vrienden van de Veluwe opgericht
om als niet gouvernementele organisatie ook
invloed te krigen in het nationale debat, de
politiek en de media.
De bevolking concentreert zich historisch gezien
vooral aan de randen van de Veluwe waar dorpen
ontstonden die van landbouw leefde die op de
schrale zandgronden mogelijk was. Deze kernen
zijn in de afgelopen decennia sterk gegroeid en
de grootste plaatsen langs de Veluwe zijn
Apeldoorn, Arnhem en Ede. De Veluwe is in
godsdienstig opzicht een protestantse streek.
Het toerisme is vooral goed ontwikkeld aan de
oostkant, tussen Apeldoorn en Arnhem. Bekende
toeristencentra zijn Beekbergen, Hoenderloo,
Kootwijk, Nunspeet, Loenen en Vierhouten.
|